stretchen 4

Back to basic 2

Je hoort het vaker om je heen. Bijvoorbeeld als een paard een blessure heeft opgelopen en moet revalideren of paarden die gedrags- of rijtechnische problemen tonen; ze moeten terug naar de basis. Maar wat is nou die basis precies? Hoe ziet dat er uit? En hoe lang moet je dat dan volhouden? Welke oefeningen mag je dan wel/niet rijden? Kortom: wat is ‘back to basic’? De basis van het paardrijden is dat je de training dusdanig samenstelt dat een paard sterker wordt, zodat hij in staat is om jou te kunnen dragen. Dit is het uitgangspunt van de dressuur; zorgen dat je paard zich kan ontwikkelen als rijpaard.

In deel 1 heb ik uitgelegd dat er drie fases zijn in de training om je paard te ontwikkelen in de bovenlijn:

1. rijden in een laag frame (de stretch)

2. rijden in een arbeidsframe

3. verzameling en oprichting

In dit tweede deel van de blog gaat het over voorwaarden voor ‘back to basic’.

Deel 2

Voorwaarde 1. De zit van de ruiter

De zit van de ruiter speelt een uiterst belangrijke rol. Check in eerste instantie of je echt de controle hebt over je lichaam en je balans. Dit klinkt simpel, maar als je nadenkt over wat je jouw paard wil laten doen (opbollen van zijn rug), is het logisch dat hij dat alleen kan doen als jij hem niet in de weg zit. Heb je onvoldoende balans en zoek je je balans in je teugels of zit je zwaar achter in je zadel, dan wordt het voor je paard wel heel moeilijk om zijn rug op te bollen. Neem dus regelmatig houding- en zitlessen en blijf dit controleren.

 

voorwaarts en actief

Voorwaarde 2. Stabiele verbinding

Je hebt een stabiele verbinding van de achterbenen via de rug naar de hand nodig om de bovenlijn te ontwikkelen. Met een hele losse teugel is er geen verbinding. Maar te veel druk op de teugels geeft spanning. Bedenk dat het gewicht van de teugel voldoende voor een paard is om hem uit te nodigen naar het bit te strekken. Als het paard de hals ZELF omlaag brengt en naar het bit loopt, spant hij zijn buikspieren en bolt zijn rug op. Als je de verbinding (het contact van je hand naar het bit) verliest, probeer dan stil te blijven zitten in je zadel en weersta de drang om via de teugels zijn hoofd weer naar beneden te krijgen. Probeer in plaats daarvan te voelen wat er gebeurt in zijn rug en achterbenen en check eerst je eigen houding en zit. Probeer door het veranderen van bijvoorbeeld richting of het maken van een volte of het paard weer naar de teugel wil komen.

Voorwaarde 3. Actief en swingend

Met een goede zit en een stabiele verbinding alleen kom je er niet. Je paard moet voldoende actief en voorwaarts zijn om een stabiele verbinding te krijgen. Zorg er dus voor dat je in alle drie de fases een actief bewegend paard hebt. Dat betekent niet in een bloedstollend tempo door de baan, maar actief en niet sneller. Heb het gevoel dat jullie ergens naar op weg zijn. Bijvoorbeeld als je een buitenritje maakt en je gaat richting huiswaarts. Dat gevoel.

Hoe lang doe je over de fases in deze training?

Dat is natuurlijk afhankelijk van je paard én van jou. Bedenk dat een groen paard (of een paard dat in het verleden verkeerd is gereden) er ongeveer één tot twee jaar (!) over doet om de bovenlijn goed te ontwikkelen. In het eerste jaar ben je dus grotendeels bezig met het rijden in de stretch en het bevestigen daarvan. En dat lijkt veel makkelijker dan het is!!  In die periode kun je natuurlijk best wel regelmatig in de arbeidsframe te rijden. Maar houd het bij korte stukjes.

  • Verandert het ritme van de gang van het paard als jij de hals omhoog brengt en de teugels iets korter neemt, drukt hij zijn rug weg of is de ontspanning verdwenen? Ga dan gelijk weer terug naar de stretch. Het paard geeft het aan wanneer hij voldoende bovenlijn heeft ontwikkeld om dit aan te kunnen.

rug bij halsstrekken en normaal

Pas als er niets verandert aan je paard (impuls, ruggebruik en ritme) als jij jouw teugels korter neemt, kun je gaan doorzitten in draf. Voor die tijd is de rug nog niet sterk genoeg om jou (fijn) te kunnen laten doorzitten.

  • Hierbij geldt ook; als het ritme verandert, hij de rug wegdrukt of de ontspanning verdwijnt dan is je paard hier nog niet voldoende klaar voor.

En probeer altijd kleine stukjes (bijvoorbeeld drie passen doorzitten) en niet gelijk een heel rondje. De derde fase ‘verzameling en oprichting’ kan alleen als de twee eerste fases goed bevestigd zijn. Alleen dan kan een paard het fysiek ook goed aan om te verzamelen en zichzelf (met jou erop) op te richten.

Hoe zit het met figuren rijden?

Gebruik juist verschillende figuren om juist meer stretch te krijgen van je paard. Voltes, wijken voor de kuit, schoudervoor, schouderbinnenwaarts, noem maar op. En dat in alle gangen. In zowel de stretchfase als de arbeidsfase. De oefeningen zorgen ervoor dat je meer van je binnenbeen naar je buitenteugel gaat rijden; je paard gaat in de ontspannen lijn meer buigen. Deze buiging zorgt er ook voor dat je paard voorwaarts neerwaarts de hand gaat zoeken. Oefeningen doe je dus om nog meer stretch en een stabielere verbinding te krijgen en te houden.

En dat is allemaal de basis… Succes met oefenen!!