longe laag in de stretch

Leren longeren

Heb jij moeite om je paard naar je hand te rijden in de stretch? Ga longeren! Een paard leert namelijk makkelijker te stretchen naar het bit zonder ruitergewicht. Het doel is ontspannen en rond over de rug stretchen naar het contact op het bit. Het is daarbij niet de bedoeling dat de hals verkort wordt of de nek gefixeerd wordt. Hoe lager het paard daalt met de hals, voorwaarts naar het zand (en niet naar de voorbenen!) hoe beter hij ontspant, hoe makkelijker hij zijn rug kan bollen, de buikspieren kan aanspannen en uiteindelijk de achterbenen meer kan onderbrengen.

Longeren is eigenlijk ‘rijden vanaf de grond’. Je longeerlijn is je teugel, je zweep is je been.

 

DSC_3662

1. Houd je paard aan het einde van de longeerlijn

Zorg ervoor dat het paard aan het einde van de lijn blijft en dat je contact op je logeerlijn met het bit/kaptoom houdt. Je lijn hangt dus niet in een boogje. Je beweegt het paard voorwaarts naar het bit, dat dus in verbinding staat met jouw hand.

2. Loop zelf actief met het paard mee in de cirkel

Loop rechtop en verlang ook van het paard dat hij actief in stap, draf of galop gaat. Het is belangrijk dat jijzelf niet naar achteren loopt, maar ook voorwaarts op de cirkel. Wanneer jij naar achteren loopt zal het paard eerder naar binnen op de cirkel komen en dus niet aan het einde van de lijn blijven. Lichaamstaal is belangrijk bij longeren.

DSC_3572

3. Volgorde van de hulpen

Eerst de stemhulp

Je stemhulp is eigenlijk de belangrijkste bij het longeren. Bij paarden die gewend zijn aan de stemhulp hoef je nauwelijks andere hulpen zoals een zweep in te zetten. Hooguit als extra ondersteuning of correctie.

Dan de zweep omhoog

Reageert je paard niet op je stemhulp? Herhaal je stemhulp en breng tegelijkertijd de punt van je zweep wat omhoog richting de achterhand van je paard.

Vervolgens het klappende geluid van de slag van de zweep

Krijg je geen of nauwelijks reactie? Dan kun je met de slag van de logeerzweep een klappend geluid maken. Dit kan zonder dat je het paard daadwerkelijk raakt.

Tenslotte het aanraken met de zweep

Als het paard dan nog niet reageert kun je hem licht aanraken met je zweep. Let op: we slaan nooit. Slaan is een uiting van onmacht van de trainer. Het doet een paard pijn en is niet nodig: er zijn voldoende hulpen beschikbaar om een paard iets duidelijk te maken. Aanraken met de zweep kan soms echter wel nodig zijn; er moet wel voldoende respect zijn van het paard naar de hulpen van de trainer.

De plek waar je het paard aanraakt is belangrijk. Er zijn drie plekken waar we het paard aanraken met de zweep:

  1. het gedeelte tussen de bovenkant van de staart en de hakken van het paard (het zachte gedeelte). Dit is bedoeld voor een voorwaartse hulp,
  2. het gedeelte waar je been normaliter ligt als je rijdt.  Dit gebruiken we als zijwaartse hulp (als je het paard meer naar buiten wil drijven richting de hoefslag bijvoorbeeld),
  3. de schouder van het paard. Ook dit is een zijwaartse hulp, maar deze gebruiken we als het paard teveel met de schouder naar binnen komt of om je heen wil spinnen.

Controle

We willen dus in eerste instantie dat het paard aan het einde van de lijn blijft en naar de hand toe stretcht, zodat we een goede controle over de richting en het tempo hebben. Eigenlijk net zoals je dat ook onder het zadel wilt hebben. Daarnaast willen we een paard dat stretcht naar het bit en niet achter het bit gaat lopen of op het bit gaat leunen. Dus op zijn eigen benen, met een soepel contact van de longeerlijn naar het bit zodat we met het paard kunnen communiceren.

Swingen kan alleen met een bolle rug

Een ronde rug zorgt voor het aanspannen van de buikspieren en zo kan het paard de achterbenen dieper laten ondertreden. Grotere, diepere passen met een ronde rug zorgt voor meer afdruk van de grond. Het paard swingt meer in de gang waarin hij loopt.

Leren aan de longe

Dat kan een paard allemaal heel goed leren aan de longe. Dan is het ook makkelijker voor het paard om dit later ook zo onder het zadel te doen. Lukt het jou dus (nog) niet om optimaal te stretchen onder het zadel? Ga terug naar het longeren en probeer het eerst daar voor elkaar te krijgen. Een paard dat niet aan de longe wil stretchen, zal het bijna zeker onder het zadel met het gewicht van een ruiter ook niet gaan doen.

longe laag in de stretch

Hulpmiddelen

Paarden die jarenlang met een holle rug hebben gelopen of om andere redenen moeite hebben om hun rug te bollen, hebben soms zelfs moeite om te stretchen aan de longe. Je kunt je paard helpen door, op een juiste manier (!) een hulpteugel in te zetten. Zelf gebruik ik lange bijzetteugels of een chambon (zie mijn eerdere blog en filmpjes op mijn website daarover). Overige hulpteugels gebruik ik nooit. Het doel met de hulpteugels is om het paard te leren te stretchen. Zodra het paard dit begrijpt, laat je de hulpteugels achterwege. Het doel is om een paard zonder hulpteugels aan de longe te laten stretchen.

 

DSC_3662

Bijzetteugels bij longeren

Heb jij moeite om je paard voldoende voorwaarts-neerwaarts te laten stretchen naar het bit? Dan kunnen bijzetteugels je daarbij helpen. Ze worden nogal eens (onbedoeld) verkeerd gebruikt; het is geen hulpmiddel om een ‘krulletje’ of korte hals af te dwingen! Het is een hulpmiddel om een kader aan te brengen voor het paard.

Lengte

Let er goed op dat ze zo lang zijn dat het paard de hals dan ook kan strekken!

*Tip: Is je bijzetteugel te kort? Bevestig dan een sporenriempje of sperriempje aan de longeersingel. Bevestig daar je bijzetteugel aan.

 

IMG_1530

de correcte lengte van de bijzetteugels als je begint met longeren

IMG_1535

lange bijzetteugels nodigen het paard uit de hals voorwaarts-neerwaarts te stretchen

 

Kaptoom

Zelf vind ik het handig om met een kaptoom te longeren. De longeerlijn bevestig ik aan de ring in het midden (op de neus). Een aantal kaptomen heeft ook de mogelijkheid om een bit te bevestigen.

* Tip: heb je een kaptoom zonder bit? Je kunt dit ook zelf eenvoudig maken. Neem een hoofdstel, haal de teugels en de neusriem eraf. Bevestig de kaptoom als een neusriem. Je hebt dan een hoofdstel met de kaptoom als neusriem.

 

Pas als een paard voldoende hals kan strekken aan de longe in stap, draf en galop kun je de bijzetteugels iets hoger bevestigen aan de longeersingel, zodat het paard zijn hals omhoog brengt. Hiermee ‘kader’ je het paard meer. Het paard loopt, met dezelfde activiteit en de voorwaarts/neerwaartse tendens, in een meer gesloten frame. Let hierbij goed op dat de neus altijd op of voor de loodlijn blijft en niet inknikt in de derde halswervel (valse knik)!

 

DSC_3558-002

pas als het paard voldoende bevestigd is in het stretchen kun je de teugels hoger bevestigen aan de singel

Verwacht geen wonderen als je het stretchen naar het bit de eerste keer aan de longe gaat doen. Zorg voor een correcte optoming, zorg dat je de basisbeginselen van het longeren ook echt uitvoert (zie mijn eerdere blog over longeren) en heb vervolgens geduld. Denk niet na één of twee rondjes ‘hij zakt niet’. De meeste paarden moeten ook eerst opwarmen voordat ze echt willen stretchen. En laat je niet verleiden om de teugels te snel te kort te maken om een ‘krulletje’ te forceren. Heb rust in het longeren, maar verwar dit niet met sloom of traag.

DSC_3662

Longeren de basis

Longeren is een prima manier om:

  • je paard eerst op te warmen voordat je gaat rijden of
  • afwisseling te geven of
  • onbelast toch te trainen (bijvoorbeeld als je paard zijn rug nog niet sterk genoeg is om direct te starten met rijden)

De basis voor goed longeren is hetzelfde als met rijden: probeer zoveel mogelijk lengte in de hals te krijgen (naar de grond!), zodat de buikspieren zich aanspannen en zijn rug kan opbollen. Aandachtspunten bij goed longeren zijn:

  • je hand en de longeerlijn zijn de ‘teugels’, je longeerzweep ‘je been’
  • zorg dat je paard actief loopt, zowel in stap, draf en galop
  • je eigen lichaamshouding en uitstraling zijn belangrijk (je moet zelf ook ‘willen’ en ‘actief’ staan)
  • zorg voor een ruime volte
  • bepaal goed je positie ten opzichte van je paard
  • loop zelf ook actief mee

Nog even iets over de zweep. Dit is geen strafmiddel! Gaat je paard onvoldoende voorwaarts op je zweephulp? Maak een korte slagbeweging met je zweep (let op dat je het paard niet raakt!). Als je dit goed doet, maakt je zweep een klappend geluid. Door het geluid van de slag activeert het paard.

 

In het onderstaande filmpje zie je dat het paard aan de longe de achterbenen goed onderbrengt, voldoende lengte in de hals heeft (aan lange bijzetteugels – daarover in een apart blog meer) en actief is. Dit is de basis voor je longeerwerk. Ook in het rijden is dit je eerste basis.