IMG_2030

Positie van de handen

Iedereen die paardrijdt weet het eigenlijk wel: je handen hoor je een handbreedte boven de schoft te houden, rechtopstaand, teugels netjes door je vingers met je duim bovenop. Dat is ook zeker de gewenste houding als je paard netjes over de rug, in aanleuning loopt. Maar ja; niet ieder paard loopt (direct) fijn over de rug en in de juiste stille aanleuning. Een paard is geen fiets of brommer maar een levend wezen dat beweegt. Je handen op een (de ideale) positie houden en daardoor het contact met de mond van het paard verliezen is niet wenselijk. Dus beweeg je met de beweging van het hoofd van het paard mee.

Trainen

Als je een paard traint, wijk je dus regelmatig van het ideaalbeeld ‘handen net boven de schoft’ af. Want je paard kan in de training zijn hals en/of hoofd omhoog brengen, tegen het bit inkomen en zijn rug wegdrukken. Als je dan je handen op 1 plek laat of je brengt je teugels omlaag, dan druk je het bit op de lagen en de tong. Dat is geen prettig gevoel voor een paard. Als je dus wil dat je paard ZELF naar het bit (jouw hand) reikt, dan moet je hem zeker geen pijn doen met het bit.

Hoe dan wel?

Eigenlijk is het vrij simpel; je moet het alleen even weten. En wellicht ook oefenen als je het niet gewend bent.

  • Houd je handen en je onderarm (tot aan je ellebogen) in 1 lijn met de teugel.
  • Houd het contact tussen jouw handen en het bit constant. Dus als het paard bijvoorbeeld in stap gaat, gaan jouw handen en onderarmen mee in de beweging van de hals van het paard. Jouw hand is dan stil ten opzichte van de mond van het paard.
  • Het contact is geen getrek of gepluk; dat is een stille, lichte (!) verbinding met de paardenmond. Gaat je paard omhoog met zijn hoofd, dan gaan jouw handen en onderarmen mee omhoog. Op deze manier voelt het paard een constante verbinding en geen los-vast verbinding. Het bit geeft dan alleen wat lichte druk in de mondhoeken en niet op de lagen of op de tong.

Natuurlijk probeer je, zodra je paard daar aan toe is, gelijk je handen in de juiste positie te brengen. Maar in de training kan het dus nodig zijn dat je je handen op een andere positie houdt dan een handbreedte boven de schoft. Hoe verder je paard is in de training, hoe vaker en langer je jouw handen op de ideale positie kunt houden.

Veel succes met oefenen!

IMG_2030

Om een goede verbinding te houden met de mond kan het soms nodig zijn om je handen op een andere positie te houden, zoals je hier ziet bij Will Faerber (Art2Ride USA)

 

bad-canter-photo

Blog op Paardvisie.nl

Onlangs schreef ik een blog voor Paardvisie.nl over ‘op de voorhand – hoe zit dat?’ Het is de bedoeling dat ik regelmatig blijf bloggen, hier op mijn eigen website, maar ook voor Paardvisie.nl. Deze blogs publiceer ik hier natuurlijk ook via een linkje naar Paardvisie. 🙂

Art2Ride USA

Paardentrainer in Amerika

Onlangs was ik in Amerika. Ik heb daar een week meegelopen en paard gereden bij horsetrainer Will Faerber van Art2Ride. Will is voor mij een groot voorbeeld: hij traint de paarden die onder zijn hoede zijn op de traditionele klassieke manier. Paarden moeten bij hem eerst leren om goed de rug te gebruiken, voordat er verder gegaan wordt naar een bepaalde mate van verzameling. Een manier die ook mij voorstaat. Ik train Wilco ook op deze manier en ik geef ook les aan mensen op deze manier. Ik heb een topweek gehad en ik heb ook weer veel geleerd. Ik heb veel gezien, gevraagd, uitgelegd gekregen en ik heb ook zelf mogen rijden op een van de paarden. Ik heb van hem de bevestiging gekregen dat ik op de juiste manier rijd en over hoe een paard goed getraind hoort te worden.

Amerika versus Nederland

In Amerika is het hebben en trainen van een paard toch wezenlijk anders dan in Nederland. Waar wij in Nederland zelf ons eigen paard rijden, is het in Amerika heel normaal dat de horsetrainer het paard rijdt. De eigenaar woont vaak ver weg van de ranche en komt 1 keer per week het paard rijden. Of kijken hoe de trainer het paard rijdt. Maar er zijn ook eigenaren die dichterbij wonen en zij krijgen dagelijks (!) les.

Horsetrainer zoekt paard voor de eigenaar

Paarden worden daar vaak gekocht door de horsetrainer. De trainer heeft de contacten – al dan niet in het buitenland. Kiest het paard uit, stelt dit aan de eigenaar voor en die koopt het paard. Het paard wordt naar de trainer getransporteerd en die gaat ermee aan de slag. En dat gaat nog al eens gigantisch mis. Ik sprak iemand die zijn horsetrainer (en dat was niet Will Faerber) een paard op een veiling in Europa had laten kopen. De eigenaresse had filmpjes en foto’s op internet gezien en was helemaal weg van het paard. De trainer kocht het paard, de eigenaresse reisde af naar Europa om het paard op te halen. Eenmaal in Amerika begon de horsetrainer enthousiast aan het jonge, nog enigszins groene paard.

Onberijdbaar

De eigenaresse kwam na een maand kijken naar de vorderingen van haar gloednieuwe oogappel. De teleurstelling was dan ook groot toen bleek dat het paard ‘onberijdbaar’  bleek. Hij liep inmiddels met zijn tong aan 1 kant uit zijn mond, knikte in de derde halswervel, ging op elke zit- of beenhulp langzamer lopen en beet zichzelf steeds vaker van nijd in de borst…. Het advies van deze trainer was ‘dit paard kun je niet goed rijden, je kunt hem beter verkopen’. De eigenaresse was natuurlijk ten einde raad; daar had ze dit (volgens mij vrij prijzige) paard niet voor gekocht. Uiteindelijk kwam ze bij Will Faerber terecht, die het paard nu de broodnodige basistraining geeft. En een paard corrigeren is natuurlijk altijd moeilijker dan een paard opleiden die deze geschiedenis nog niet heeft doorgemaakt. Maar door gedegen te trainen, geduld te hebben en een langere termijnvisie te houden gaat het lukken. Het paard ontwikkelt zich langzaam, maar goed. De tong blijft inmiddels binnen, het bijten naar de borst is weg, de reactie op been- en zithulp gaat steeds beter. En het valse krulletje is bij tijd en wijle helemaal weg. Maar dat heeft nog steeds tijd nodig…

Versie 2

Geschikt voor ieder paard

Het mooie van deze klassieke methode is dat het voor ieder paard geschikt is: jong of oud en ongeacht het ras of de discipline waarin je rijdt. Ik heb het met eigen ogen mogen zien en beleven daar in Amerika bij Art2Ride. Ze hebben daar bijvoorbeeld ook een paard in training van 22 jaar met een holle rug. Die heeft nooit geleerd ‘over de rug te lopen’ en leert nu pas hoe hij zijn rug kan/moet gebruiken. Daar waar een andere ruiter zijn paard al heeft afgeschreven, geeft Will deze paarden nog een gedegen basis, waardoor ze nog jarenlang mee kunnen. En, het belangrijkste, de paarden doen nog met plezier hun werk.

Ik voel mij een bevoorrecht mens, dat ik het team van Art2Ride en Will Faerber heb mogen ontmoeten en hen aan het werk te mogen zien. Ik ga zeker nog een keer terug!

ontspannen naar het bit

Paard toch niet zo braaf..

Je kent vast wel iemand die het heeft meegemaakt. Of misschien heb je het zelf al eens ervaren.

Iemand wil een nieuw paard kopen en vindt het paard van zijn dromen. Tegen een toch-net-wat-te-hoge-prijs. Maar ja: hij was zo leuk, zo braaf, zo fijn. Gekocht via of bij een ervaren ruiter; zo eentje die al meerdere paarden naar een bepaald niveau gereden heeft. Het paard is mooi, jong, lief, soepel en gehoorzaam. ‘Kuikenbraaf en zo opstappen en wegrijden’  zei de advertentie nog.

De eigenaar-in-spe gaat twee of drie keer rijden op het paard en ja hoor; hij is het toch echt. Het paard wordt klinisch en ook röntgenologisch gekeurd bij de dierenarts, de koopsom wordt betaald en het paard gaat mee met de dolgelukkige eigenaar.

Hoera een kuikenbraaf paard!

Eenmaal thuis kijkt het paard zijn ogen uit. Een nieuwe stal, nieuwe soortgenoten, andere rijhal, stapmolen, rijhal, buitenbak en longeerkraal. Na verloop van een week oogt het paard redelijk ‘thuis’  en de nieuwe eigenaar stapt, na een paar rondjes longeren (meestal uitbokken en rondrennen) op het paard om te rijden. Het gaat goed; iedereen aan de kant staat de nieuwe aanwinst te bewonderen.

Maar na verloop van een paar weken (en een paar keer rijden) blijkt het paard toch iets minder ‘kuikenbraaf’ of ‘opstappen en wegrijden’ te zijn. Het paard schrikt bij iedere beweging die aan de kant wordt gedaan. Elk paard dat voorbij komt is ineens ‘eng’. Van een rustige ontspannen ritje is al geen enkele sprake meer. Omstanders weten dan ook nog te melden dat de nieuwe eigenaar ‘ eigenlijk toch niet goed genoeg kan rijden’ om met dit kwaliteitspaard rond te kunnen sturen.

Kwaliteit

Tja.. het is maar wat je kwaliteit noemt….

Want wat gebeurt er meestal? Het paard, vers uit de opfok, komt bij een ervaren africhter/trainer/wedstrijdruiter/handelsstal/etc. Longeren is niet ‘rijden vanaf de grond’, maar meer het paard moe maken, zodat hij minder energie heeft als ze erop gaan rijden. Stappen wordt al helemaal overgeslagen, want daar is geen tijd voor. Het doel van het longeren is dus flink wat rondjes rennen, zodat hij ‘braaf’ bereden kan worden.

Slofteugel

Vervolgens wordt het paard zadelmak gemaakt op een methode dat veelal meer weg heeft van een ‘overval’  dan van een rustige gewenning. Als het paard zich laat overdonderen en braaf blijft, dan is het moment daar dat er gereden kan worden. En dan moet het vooral voorwaarts, hoofd omhoog en aan de teugel. Bij de wat hoger in het bloed staande paarden (die we tegenwoordig allemaal zo graag willen, want ze lopen zo fantastisch op 3 jarige leeftijd) gebruiken ze een slofteugel, zodat deze als noodrem gebruikt kan worden. Want ja; er is een groot risico dat het paard gaat rennen (toch lastig een vluchtdier), bokken (= verzet) of steigeren (= ook verzet). Of zelfs in uiterste gevallen zich laat vallen (de ultieme overgave van een paard als vluchtdier). Dat paard wordt een paar weken op die manier gereden. Herstel: het paard wordt een paar maanden zo gereden, want er is nog steeds een crisis en de paardenhandel loopt minder snel. In het gareel. Geen discussie.

En dan komt hij bij zijn nieuwe eigenaar. Die niet met een slofteugel rijdt (waarom zou hij?). En niet eerst het paard moe longeert. Die wil alleen maar een ontspannen rustig ritje op een braaf paard. Gewoon lekker rijden. En dat paard? Die snapt er helemaal niks meer van; geen gareel, geen strakke teugel of slofteugel, geen tik of trap voorwaarts. Het paard wordt onzeker. En wat doet een vluchtdier dat onzeker is? Juist.. die vlucht. Dat is dat paard niet kwalijk te nemen: dat paard heeft een verkeerde start gehad. De basis, het begin is hem verkeerd geleerd. Allemaal omdat er haast bij is.

Verkeerd?

Was de keuze voor dit paard dan een verkeerde keuze? Nee; ik denk van niet. De nieuwe eigenaar is toch verliefd geworden op dit dier. Maar ik denk wel dat de keuze om bij deze zogenaamde africhter een paard te kopen wel een verkeerde keuze is. Zo’n paard mist de broodnodige basis: het vertrouwen in de ruiter/trainer en de ontspanning. En zie dat maar eens te herstellen. Je begint dan al op een 1-0 achterstand…

Triest

Het is toch te triest voor woorden dat wij op deze manier met onze paarden omgaan? Waarom niet rustig de tijd genomen om een jong paard te laten wennen? Zo jong en al zo getraumatiseerd. Waarom niet: longeren = rijden vanaf de grond? Waarom niet eerst een paard ontspannen naar het bit te laten lopen in de stretch? Eens rustig een zadeltje opdoen? Kijken of hij ontspannen naar de stretch blijft gaan met zadel op zijn rug? En dan eens iemand (met een licht gewicht) op dat zadel. Gewoon of het een ponyritje is.. Dan rustig uitbreiden. En zo’n slofteugel? Het zou verboden moeten worden.

Vertrouwen

Leer hem dat het stretchen niet betekent dat hij in een krul getrokken wordt. Dat de hand aan dat bit en die teugel hem geen pijn doet. Maar rustig meeveert en meebeweegt met zijn hals en hoofd. En dan maak je eens een rondje aan de longe met een ruiter die meezit en niks aan de voorkant doet. Werk aan het vertrouwen. Gewoon rustig basiswerk. Stretchen, ontspanning. En niet dagelijks erop. Die spieren, botten en pezen moeten allemaal nog ontwikkelen. Neem de tijd.

Maar die tijd is er niet. Er moet snel en veel geld verdiend worden. Ten koste van onze paarden. De gemiddelde leeftijd van onze paarden in Nederland is 7 jaar (!!). De gemiddelde leeftijd van een paard zou rond 30 moeten liggen…. Het begint allemaal bij de basis: de training van het paard als rijdier.

Ik denk echt dat het anders kan en anders moet.

 

 

teugeldruk

Teugeldruk

Iedereen die paardrijdt weet het eigenlijk wel. Een paard dat nageeflijk is, is licht in de hand. En dat willen  we allemaal: een fijn licht contact. Veel ruiters beginnen direct na het opstijgen met druk op de teugels om de hals te laten afbuigen. Soms zelfs nog voordat hij zijn eerste pas onder de ruiter heeft gezet… Het paard knikt of buigt zijn hals en laat het bit los. En als dat niet direct gebeurt, dan wordt er ook nog links en rechts een ophouding op de teugel gemaakt om toch die hals gebogen te krijgen. Ja, uiteindelijk buigt het paard en is er een licht contact.

Maar is dat echt nageven? Of is dat eigenlijk onttrekken aan het bit of achter het bit lopen om te ontkomen aan de druk in de mond? Want zeg nou zelf, als je de druk voldoende opbouwt, dan is er maar 1 uitweg voor het paard om hieraan te ontkomen: afbuigen.

Valse knik

Nageven is ontspanning in de kaken en mond van een paard. Bij zware druk op de teugels komt het paard tegen de druk in: het paard is tegen de hand en brengt zijn hoofd omhoog. Blijf je deze druk op de teugels houden of vermeerder je de druk, dan zal het paard hieronder uit willen komen en zijn hals inknikken. Dit gebeurt dan niet vanuit een ontspannen kaak. Heel vaak zie je dan dat het paard inknikt in de derde halswervel, ook wel ‘de valse knik’ genoemd. Dat is schadelijk voor het paard; omdat hij verder buigt dan de anatomie toelaat rekken banden en ligamenten in de hals te ver uit. Paarden die langdurig in deze halspositie worden gereden krijgen zeker blessures. Een dergelijke blessure in de hals heeft heel veel tijd nodig om te herstellen. Denk hierbij aan minimaal 1 jaar!

valse knik

een paard met een valse knik: de derde wervel is het hoogste punt in plaats van het achterhoofd (het gedeelte net achter de oren)

Een licht contact met de teugel: hoeveel is dat eigenlijk?

Eigenlijk is het antwoord heel eenvoudig. Het is het gewicht van de teugel zelf. Dat is voldoende. Neem je teugels tussen je vingers en zorg dat je het bit heel licht aan de andere kant van je teugels voelt. Meer is het niet. Een lichte verbinding dus.

  • Een paard moet ZELF het contact naar het bit zoeken. Niet de ruiter naar het de mond van het paard; dan werk je teveel terug. Het paard krult dan met zijn hals op en brengt zijn neus naar zijn borst. In plaats van de neus naar beneden naar het zand en daar het bit vinden en aannemen. Je geeft met de lengte van je teugels aan hoe ver je paard mag strekken naar het bit. Dat is jouw en zijn begrenzing.
  • Betekent dat dan rijden met een losse teugel? Nee, je moet wel contact houden. Voor als het nodig is om een correctie te geven op 1 of beide teugels. Ook dat is dan heel licht; een klein kneepje in de teugel(s) als correctie of stelling in de hals vragen.

Er zijn tegenwoordig zelfs apparaten die meten hoeveel teugeldruk de ruiter heeft met de paardenmond. Als je weet hoe gevoelig een paardenmond is (de lagen, de tong, het verhemelte), dan snapt iedereen dat je maar heel weinig nodig hebt om je paard met een bit aanwijzingen te geven. We moeten ervoor zorgen dat het paard ZELF het contact gaat zoeken naar het bit en niet het alvast ‘halen’ aan de voorkant, omdat wij het geduld niet kunnen opbrengen om te wachten totdat het paard zelf zijn kaken ontspant en het bit (onze hand) opzoekt.

Ruggebruik

Een paard dat zelf veel druk op de teugel neemt is een paard dat onvoldoende de rug gebruikt. Dat los je niet op met een ander bit, een grotere druk op dat bit of een teugeldrukmeter. Dat los je op door te zorgen dat de rug voldoende ontwikkelt. Pas als een paard voldoende zijn rug kan gebruiken, zal hij niet meer op jouw handen hangen. Waarom zou hij? Maar zorg jij er dan voor dat je niet meer dan het gewicht van de teugel in je handen hebt. En dat nageven? Dat gaat dan echt vanzelf. Daar komt geen teugeldruk aan te pas.

 

boeghoogte

Op de voorhand

Een groot misverstand in het dressuurmatig rijden van paarden is ‘het paard van de voorhand afhalen door je teugels te verkorten en hem daarmee op de achterhand zetten’. Alsof je alleen met je teugels ervoor kunt zorgen dat een paard zijn hele gewicht naar achteren verplaatst. Een paardenhoofd alleen al weegt zo’n 40-50 kilo. Hoeveel druk moet je nemen of wil jij hebben op je teugels om dit voor elkaar te krijgen?

Zichzelf dragen

Een paard moet ‘zichzelf dragen’. Dat betekent dat jij ervoor moet zorgen dat hij zijn rug zo ontwikkelt, dat hij zijn gewicht beter over zijn vier benen verdeelt en dat hij in staat is om jou te dragen. Als je paard een goede bovenlijn heeft ontwikkeld en goed ‘van achteren naar voren’ over de rug loopt, dan komt je paard vanzelf (!) van de voorhand af.

Omhoog brengen van de schoft

Ieder paard loopt van nature op de voorhand. En dat verandert niet op het moment dat je hem gaat berijden. Je paard zal eerst  moeten leren om op eigen benen naar de hand/het bit te lopen. Neemt hij het bit aan en blijft de rug ontspannen, dan maakt hij zijn rug rond (opbollen) en kan hij zijn achterbenen meer onder de massa plaatsen. Op dat moment lift hij zijn schoft en loopt je paard niet meer op de voorhand. Het van de voorhand afkomen heeft dus meer te maken met de achterhand en zijn rug, dan dat het met zijn hals, hoofd of met jouw teugels te maken heeft.

Vijfde been

Pas als een paard zijn gewicht goed verdeelt en niet meer op de voorhand loopt, is hij in staat om meer in een arbeidsframe te lopen (hals is dan op boeghoogte). Neemt je paard meer druk op één of beide teugels als je dit doet? Dan verlegt hij zijn zwaartepunt niet, maar ‘valt’ hij op de voorhand en gebruikt jouw hand als vijfde been. Met een korte lichte ophouding kun je hem corrigeren. Lukt dat niet en blijft hij zwaar in je hand? Of gooit je paard zijn hals en hoofd omhoog? Dan maakt je paard zijn rug hol en heeft hij onvoldoende zijn rug ontwikkeld om dit te kunnen. Zo simpel is het. Ga direct terug naar het stretchen en neem je tijd.

Hals strekken en op de voorhand

Het is een groot misverstand om te denken dat het paard op de voorhand valt als je gaat hals strekken.  Dit is absoluut niet waar!! De halslengte van een paard tijdens het rijden zegt niets over het op de voorhand zijn van een paard. Een paard kan met een korte halslengte net zo goed op de voorhand lopen dan een paard dat met een langere halslengte loopt. Als een paard op de voorhand loopt (zowel in het stretchen als in een arbeidsframe) dan is zijn rug onvoldoende ontwikkeld. Het probleem zit dan in de rug en dat los je niet op met je teugels.  Je moet wel je paard in ‘verbinding’  rijden; dus met een lichte contactteugel. Vanuit het achterbeen over de rug naar de hand.

wilco stretch

Check: als je wil kijken op een foto of een paard op de voorhand loopt, bedek dan met je hand het gedeelte hals/hoofd op de foto. Is de schoft lager dan de bovenkant van zijn billen? Dan loopt het paard op de voorhand. Is de schoft even hoog als de bovenkant van zijn billen? Dan is het paard in evenwicht en niet op de voorhand.

Door te blijven stretchen en dit te herhalen (lees ontwikkelen) gaat het paard zijn schoft omhoog brengen. Dit kan alleen als hij zijn rug opbolt en zijn achterbenen onderbrengt. Je krijgt dan een paard dat niet vanuit de schouders naar voren trekt, met een stuwend achterbeen. Maar een paard dat ‘van achteren naar voren beweegt’. Een paard dat zichzelf draagt en van de voorhand af komt. En dat lukt niet direct en ook niet in één week… Dat is een kwestie van trainen.

Succes met oefenen!

 

stretchen 4

Back to basic 2

Je hoort het vaker om je heen. Bijvoorbeeld als een paard een blessure heeft opgelopen en moet revalideren of paarden die gedrags- of rijtechnische problemen tonen; ze moeten terug naar de basis. Maar wat is nou die basis precies? Hoe ziet dat er uit? En hoe lang moet je dat dan volhouden? Welke oefeningen mag je dan wel/niet rijden? Kortom: wat is ‘back to basic’? De basis van het paardrijden is dat je de training dusdanig samenstelt dat een paard sterker wordt, zodat hij in staat is om jou te kunnen dragen. Dit is het uitgangspunt van de dressuur; zorgen dat je paard zich kan ontwikkelen als rijpaard.

In deel 1 heb ik uitgelegd dat er drie fases zijn in de training om je paard te ontwikkelen in de bovenlijn:

1. rijden in een laag frame (de stretch)

2. rijden in een arbeidsframe

3. verzameling en oprichting

In dit tweede deel van de blog gaat het over voorwaarden voor ‘back to basic’.

Deel 2

Voorwaarde 1. De zit van de ruiter

De zit van de ruiter speelt een uiterst belangrijke rol. Check in eerste instantie of je echt de controle hebt over je lichaam en je balans. Dit klinkt simpel, maar als je nadenkt over wat je jouw paard wil laten doen (opbollen van zijn rug), is het logisch dat hij dat alleen kan doen als jij hem niet in de weg zit. Heb je onvoldoende balans en zoek je je balans in je teugels of zit je zwaar achter in je zadel, dan wordt het voor je paard wel heel moeilijk om zijn rug op te bollen. Neem dus regelmatig houding- en zitlessen en blijf dit controleren.

 

voorwaarts en actief

Voorwaarde 2. Stabiele verbinding

Je hebt een stabiele verbinding van de achterbenen via de rug naar de hand nodig om de bovenlijn te ontwikkelen. Met een hele losse teugel is er geen verbinding. Maar te veel druk op de teugels geeft spanning. Bedenk dat het gewicht van de teugel voldoende voor een paard is om hem uit te nodigen naar het bit te strekken. Als het paard de hals ZELF omlaag brengt en naar het bit loopt, spant hij zijn buikspieren en bolt zijn rug op. Als je de verbinding (het contact van je hand naar het bit) verliest, probeer dan stil te blijven zitten in je zadel en weersta de drang om via de teugels zijn hoofd weer naar beneden te krijgen. Probeer in plaats daarvan te voelen wat er gebeurt in zijn rug en achterbenen en check eerst je eigen houding en zit. Probeer door het veranderen van bijvoorbeeld richting of het maken van een volte of het paard weer naar de teugel wil komen.

Voorwaarde 3. Actief en swingend

Met een goede zit en een stabiele verbinding alleen kom je er niet. Je paard moet voldoende actief en voorwaarts zijn om een stabiele verbinding te krijgen. Zorg er dus voor dat je in alle drie de fases een actief bewegend paard hebt. Dat betekent niet in een bloedstollend tempo door de baan, maar actief en niet sneller. Heb het gevoel dat jullie ergens naar op weg zijn. Bijvoorbeeld als je een buitenritje maakt en je gaat richting huiswaarts. Dat gevoel.

Hoe lang doe je over de fases in deze training?

Dat is natuurlijk afhankelijk van je paard én van jou. Bedenk dat een groen paard (of een paard dat in het verleden verkeerd is gereden) er ongeveer één tot twee jaar (!) over doet om de bovenlijn goed te ontwikkelen. In het eerste jaar ben je dus grotendeels bezig met het rijden in de stretch en het bevestigen daarvan. En dat lijkt veel makkelijker dan het is!!  In die periode kun je natuurlijk best wel regelmatig in de arbeidsframe te rijden. Maar houd het bij korte stukjes.

  • Verandert het ritme van de gang van het paard als jij de hals omhoog brengt en de teugels iets korter neemt, drukt hij zijn rug weg of is de ontspanning verdwenen? Ga dan gelijk weer terug naar de stretch. Het paard geeft het aan wanneer hij voldoende bovenlijn heeft ontwikkeld om dit aan te kunnen.

rug bij halsstrekken en normaal

Pas als er niets verandert aan je paard (impuls, ruggebruik en ritme) als jij jouw teugels korter neemt, kun je gaan doorzitten in draf. Voor die tijd is de rug nog niet sterk genoeg om jou (fijn) te kunnen laten doorzitten.

  • Hierbij geldt ook; als het ritme verandert, hij de rug wegdrukt of de ontspanning verdwijnt dan is je paard hier nog niet voldoende klaar voor.

En probeer altijd kleine stukjes (bijvoorbeeld drie passen doorzitten) en niet gelijk een heel rondje. De derde fase ‘verzameling en oprichting’ kan alleen als de twee eerste fases goed bevestigd zijn. Alleen dan kan een paard het fysiek ook goed aan om te verzamelen en zichzelf (met jou erop) op te richten.

Hoe zit het met figuren rijden?

Gebruik juist verschillende figuren om juist meer stretch te krijgen van je paard. Voltes, wijken voor de kuit, schoudervoor, schouderbinnenwaarts, noem maar op. En dat in alle gangen. In zowel de stretchfase als de arbeidsfase. De oefeningen zorgen ervoor dat je meer van je binnenbeen naar je buitenteugel gaat rijden; je paard gaat in de ontspannen lijn meer buigen. Deze buiging zorgt er ook voor dat je paard voorwaarts neerwaarts de hand gaat zoeken. Oefeningen doe je dus om nog meer stretch en een stabielere verbinding te krijgen en te houden.

En dat is allemaal de basis… Succes met oefenen!!

stretchen 4

Back to basic 1

Je hoort het vaker om je heen. Bijvoorbeeld als een paard een blessure heeft opgelopen en moet revalideren of paarden die gedrags- of rijtechnische problemen tonen; ze moeten terug naar de basis. Maar wat is nou die basis precies? Hoe ziet dat er uit? En hoe lang moet je dat dan volhouden? Welke oefeningen mag je dan wel/niet rijden? Kortom: wat is ‘back to basic’?

De basis van het paardrijden is dat je de training dusdanig samenstelt dat een paard sterker wordt, zodat hij in staat is om jou te kunnen dragen. Dit is het uitgangspunt van de dressuur; zorgen dat je paard zich kan ontwikkelen als rijpaard.

Bovenlijn ontwikkelen

Om een stevige solide basis te krijgen moet je de bovenlijn van je paard ontwikkelen. De bovenlijn is het gedeelte van achter de oren tot aan de staart. Dat solide fundament, de basis, is geschikt voor het jonge groene paard. Maar ook voor paarden die niet correct gereden zijn in het verleden of weer starten na een blessure. Een goed ontwikkelde bovenlijn zorgt dat hij kracht ontwikkelt, zodat hij zich makkelijk kan bewegen en de ruiter goed kan dragen. Hij is dan in staat om zijn lichaam effectief te gebruiken en kan hij later makkelijker en beter de zwaardere onderdelen van het rijden aan (springen, buitenritten, dressuuroefeningen).

Stretchen

Stretchen is hiervoor hét uitgesproken hulpmiddel: het helpt om de spieren op een ontspannen manier te laten bewegen, zodat het bereik en souplesse in zijn lijf bevordert.

Stretchen zorgt ervoor dat het paard zich in een comfortabel ‘laag frame’ beweegt. Er zijn drie posities/fases in het rijden:

  • in een ‘laag frame’ is de bovenlijn van de hals lager dan de schoft. De neus is ter hoogte van de voorknie of nog lager. De neus reikt naar het zand (!) en niet naar de voorknie (niet achter de loodlijn). Door dit lage frame ontwikkelt hij kracht en uithoudingsvermogen.

stretchen 5

stretchen laag frame

 

  • in een ‘arbeidsframe’ is de bovenlijn van de hals hoger (ongeveer tot op hoogte van de schoft). De neus is ter hoogte van de boeg van het paard. De neus is op of voor de loodlijn en wijst niet naar de borst.

arbeidsframe

arbeidsframe

  • bij meer verzameling buigt het paard de achterhand op de drie gewrichten. Hierdoor zakt de achterhand (gaat zitten) en ontlast het paard daarmee de voorhand. Daardoor komt de hals vanzelf hoger. Dat wordt niet afgedwongen met de teugels.

verzameld frame 1

verzameld frame

 

Stretchen is een heel goed middel om het paard geestelijk te ontspannen. Het beloont het paard.

Controle voor jezelf

Stretchen is ook een uitstekende test of je correct traint met je paard. Als je je paard in het lage frame in alle gangen, figuren en overgangen kunt laten bewegen, dan heb je een paard dat goed reageert op je hulpen.

  • Veel ruiters denken dat training in de stretch niet effectief genoeg is voor de ontwikkeling van het paard. Dat een paard in een korter frame, met een hogere hals positie en ‘krul’ moet bewegen om zijn spieren te ontwikkelen. Dat is een foute beredenering! Als een ruiter de teugels korter neemt, het frame kleiner maakt en de hals verkort, komt er druk op de teugels. Dit zorgt ervoor dat het paard zijn hoofd afbuigt en meestal foutief inknikt in de hals. Het hoofd komt achter de loodlijn om aan de druk van het bit te ontkomen. Het paard maakt zijn rug hol en valt op de voorhand.

 

Volgende keer deel 2 van Back to basic.

 

voorwaarts en actief

Niet voorwaarts

Onlangs las ik een advertentie van iemand die zijn paard wilde verkopen. ‘Mijn paard is een enorme knuffelkont, superbraaf en bomproef. Hij is alleen niet voldoende voorwaarts voor mij. Zoek jij dus een fijn, braaf en relaxed paard? Dan is dit het paard voor jou’. Paardenliefhebbers herkennen dit soort paarden wel. Er wordt dan gezegd: ‘Dit paard is liever lui dan moe, wil niet werken, is eigenlijk niet vooruit te branden.’ Deze mevrouw verkocht haar paard. Waarschijnlijk nadat ze ‘alles al had geprobeerd’. Sommigen hebben de handen vol aan het voorwaarts krijgen of houden van het paard. Ze drijven iedere pas, gebruiken hun zweep constant of grijpen naar extra hulpstukken om te zorgen dat hij voorwaarts wordt. Nog scherpere sporen, nog meer zweepgebruik en soms zie je ook dat er een scherper bit gebruikt wordt. Alhoewel het mij helemaal ontgaat wat een scherper bit met het voorwaarts hebben van je paard te maken heeft.

Bewegen

Natuurlijk heb je verschillende types paarden, heb je verschillende karakters. Het ene paard reageert elektrisch op een hele kleine aanwijzing en bij een ander paard duurt het soms wat langer. Maar écht lui in de zin van ‘niet willen bewegen’? Een paard is een bewegingsdier. Hij staat bijvoorbeeld op het land ook regelmatig even stil, maar beweegt eigenlijk het grootste gedeelte van de dag (hapje-stapje). En het is ook nog eens een vluchtdier. Geloof me; als er bij wijze van spreken een tijger door de rijbaan loopt, dan heb jij echt geen traag paard meer…. Dus hij kán wel voorwaarts denken en doen. Maar het gaat er natuurlijk om dat hij actief voorwaarts gaat als jij het wil.

Vlieg

Een paardenvriendin van mij, zei het jaren geleden al: ‘Een paard voelt een vlieg zitten op zijn huid. Hoeveel hulpen of hoe nadrukkelijk moet je die hulpen dan geven?’ En dat is een mooie eye-opener! Het gaat dus om kleine hulpen én conditioneren. Dat betekent dat je je paard leert te reageren op een hulp. Reageert je paard hier niet op? Dan geef je de hulp iets nadrukkelijker. Reageert hij dan nog niet; dan kun je beter één keer een hele nadrukkelijke hulp geven, zodat er geen misverstand over bestaat. Daar bedoel ik dan een tikje met je zweep mee, niet als afstraffing, maar als verduidelijking van je beenhulp. Als je paard reageert, ook al is het misschien minimaal; stop met het geven van je hulp! Anders stompt je paard af op je hulp. Dan snapt je paard het ook niet meer. Beloon hem uitvoerig. Laat zien, horen, voelen dat dát is wat je wil.

Dus begin altijd met een kleine hulp. Je zult merken dat als JIJ het goed doet, je paard dit na een paar keer oefenen snapt. Dan is het een kwestie van blijven oefenen.

Tips

  • Als je wil dat je paard voorwaarts loopt, zorg er dan ook voor dat je de handrem eraf hebt. En dan bedoel ik je teugels. Drijven terwijl je aan de teugels trekt of teveel druk houdt, snapt geen paard (en geen mens ook trouwens). Overigens is het ook geen ‘losse’ teugel, alhoewel je dat best in eerste instantie zou kunnen doen om te oefenen. Een lichte contact-teugel is voldoende.
  • Denk aan die vlieg! Start altijd klein met je hulp.
  • Zorg dat je niet blijft drijven op het moment dat je paard doet wat je wil. Stop dus met het constant geven van je hulp.
  • Controleer dus vóór je je hulp geeft; wat doe  IK? Zit ik goed (rechtop, niet achter in het zadel en dus in zijn rug, kijk in naar voren ipv naar beneden), welke hulpen geef ik (bewust of onbewust).
  • Paarden met ongemak, pijn, stress, een holle rug of verkeerd passend zadel zijn óf niet voorwaarts óf ze rennen onder je vandaan.
  • Red je het niet alleen? Vraag je instructeur je hierbij te helpen.

En wat jammer dat deze mevrouw haar paard om die reden verkoopt. ‘Knuffelkont, superbraaf en bomproef.’ Zo’n paard willen we allemaal wel toch? Deze eigenschappen heeft dit paard dus al. Het zou juist de uitdaging moeten zijn om dit paard fijn voorwaarts te krijgen. Daar word je beter van als ruiter!

 

meekijken in galop

Sturen door kijken

Veel ruiters kijken naar hun paard als ze rijden, vooral naar de hals of de manenkam. De meeste mensen zijn nu eenmaal visueel ingesteld. Maar door te kijken naar je paard als je rijdt, schakel je vaak wel je gevoel uit. Als je niet naar je paard kijkt, voel je meer wat er gebeurt onder je. En dan geef je je hulp eerder, corrigeer je eerder en vaak ook kleiner. En kleinere subtielere hulpen zijn heel fijn voor je paard.

Kijken in de rijrichting

Het is dus belangrijk dat je over je paard heenkijkt in de rijrichting in plaats van naar zijn prachtige hals. Het ziet er niet alleen beter uit, het is ook nuttig. Je kunt daardoor je paard sturen, nagenoeg zonder teugels. Want wat gebeurt er?

  • Door te kijken in de rijrichting (bijvoorbeeld een wending) draai je automatisch je schouders in die rijrichting. Dat doet iedereen vanzelf, daar hoef je niet over na te denken. Dat gebeurt zelfs als je op een fiets rijdt (probeer maar eens!).
  • Door te kijken in de rijrichting breng je jouw zwaartepunt aan de binnenzijde van je paard (als je naar binnen kijkt).
  • Je paard verplaatst zijn zwaartepunt onder die van jou.

Dus door te kijken in de rijrichting stuur je je paard naar de kant waar jij op wil. Je stippelt eigenlijk met je ogen de route uit die jouw paard moet gaan volgen.