Klassieke Dressuur

Rijden en trainen kun je op vele manieren. Als ik zelf rij of lesgeef, volg ik de basisprincipes van de Klassieke Dressuur. Maar wat betekent dat nou in de praktijk? De principes van de Klassieke Dressuur zijn al eeuwenoud, maar werken nog steeds. Klassiek is niet alleen voor dressuurpaarden. Klassieke training is geschikt voor elk paard, voor iedere discipline en ook voor iedere ruiter!

Wat is nou klassieke dressuur?

  • Zonder dwang, paardvriendelijk en respectvol naar het paard
  • Binnen de grenzen wat het paard lichamelijk aankan
  • Binnen de grenzen wat een paard psychisch aankan: snapt hij het ook? Levert het niet teveel stress en dus spanning op?
  • Zo min mogelijk hulpmiddelen
  • Een eeuwenoude en al jaren beproefde methode om paarden goed te trainen

En waarom dan?

  • Je wil fijn en ontspannen rijden
  • Je wil blessures voorkomen
  • Je ontwikkelt souplesse, harmonie en balans bij je paard
  • Je wil een paard dat graag met jou werkt, voorwaarts is zonder dwang
  • Je wilt een paard dat goed zijn rug gebruikt en daardoor comfortabel zit
  • Samen plezier hebben en houden in het trainen

Hoe leg je de basis?

  • Dit doe je door de hals te verlengen (in contact met de paardenmond). Hierdoor spant het paard de buikspieren aan en brengt de rug en de schoft omhoog (bol). Daardoor kan hij de achterbenen goed onderbrengen. Voorwaarde hierbij is wel dat het paard ontspannen is. Spanning geeft onvoldoende bloed in de spieren. En bloed is nodig om de spieren te ontwikkelen.
  • De bovenlijn van het paard (van het hoofd tot de staart) ontwikkelen en sterker maken zodat hij in staat is om de ruiter te dragen

 

  • Als de bovenlijn sterk genoeg is kun je stapsgewijs het paard meer verzamelen (met behoud van ritme, balans en lichtheid). Correcte verzameling ontstaat door buiging in de achterhand: niet door het inkorten van de hals aan de voorkant! Correct verzamelen kan alleen met een bolle rug: nooit met een holle rug.
  • De afwisseling tussen aanspanning en ontspanning van de spieren zorgt dat de rugspieren sterker worden. Het paard moet op elk moment de hals kunnen strekken (op de vraag van de ruiter) en de bovenlijn niet vastzetten.
  • Het is natuurlijk uitermate belangrijk dat je als ruiter leert welke hulpen je daarbij geeft.
  • De inwerking van de ruiter door een correcte houding en zit van de ruiter zijn bepalend.

Nadelen?

De Klassieke Dressuur heeft een voor velen één groot nadeel: er is geen snelle methode om dit voor elkaar te krijgen. De training van een paard via de Klassieke methode kost veel tijd en ook veel geduld. Met name van de trainer/ruiter. Er zijn geen zogenaamde shortcuts. Jonge paarden doen er gemiddeld 1,5 tot 2 jaar (!) over om een de rug goed te ontwikkelen. Tot die tijd is het niet mogelijk om een correcte verzameling te krijgen. Maar ook ‘verreden’ paarden die teveel met de hand in een bepaalde houding zijn afgedwongen en de rug dus niet goed gebruiken, hebben deze 1,5 tot 2 jaar tijd nodig om de rug goed te krijgen.