DSC_3662

Longeren de basis

Longeren is een prima manier om:

  • je paard eerst op te warmen voordat je gaat rijden of
  • afwisseling te geven of
  • onbelast toch te trainen (bijvoorbeeld als je paard zijn rug nog niet sterk genoeg is om direct te starten met rijden)

De basis voor goed longeren is hetzelfde als met rijden: probeer zoveel mogelijk lengte in de hals te krijgen (naar de grond!), zodat de buikspieren zich aanspannen en zijn rug kan opbollen. Aandachtspunten bij goed longeren zijn:

  • je hand en de longeerlijn zijn de ‘teugels’, je longeerzweep ‘je been’
  • zorg dat je paard actief loopt, zowel in stap, draf en galop
  • je eigen lichaamshouding en uitstraling zijn belangrijk (je moet zelf ook ‘willen’ en ‘actief’ staan)
  • zorg voor een ruime volte
  • bepaal goed je positie ten opzichte van je paard
  • loop zelf ook actief mee

Nog even iets over de zweep. Dit is geen strafmiddel! Gaat je paard onvoldoende voorwaarts op je zweephulp? Maak een korte slagbeweging met je zweep (let op dat je het paard niet raakt!). Als je dit goed doet, maakt je zweep een klappend geluid. Door het geluid van de slag activeert het paard.

 

In het onderstaande filmpje zie je dat het paard aan de longe de achterbenen goed onderbrengt, voldoende lengte in de hals heeft (aan lange bijzetteugels – daarover in een apart blog meer) en actief is. Dit is de basis voor je longeerwerk. Ook in het rijden is dit je eerste basis.